Tijdelijke werkloosheid

Corona

Maatregelen in kader van tijdelijke werkloosheid Covid-19 vindt u hier.

Wat houdt deze premie in ?

Wanneer je door je werkgever tijdelijk werkloos wordt gesteld of wanneer je uitkeringen geniet in kader van jeugd- of seniorvakantie of wanneer je een inschakelingsuitkering geniet (de vroegere wachtuitkeringen) dan kom je ook in aanmerking voor een aanvullende vergoeding vanwege het Fonds.

Wie heeft recht en vanaf wanneer ?

Om recht te hebben op een vergoeding in een dienstjaar (van januari tot december) moet je aan een aantal voorwaarden voldoen :

Tewerkgesteld zijn bij een werkgever uit de sector hout en stoffering
De hoofdvergoeding bij tijdelijk werkloosheid genieten, jeugd- of seniorenvakantie uitkering ontvangen of een inschakelingsuitkering genieten.
Tijdens de referteperiode minstens 130 bezoldigde dagen kunnen bewijzen (anciënniteitsvoorwaarde). Deze referteperiode loopt van 1 juli van het dienstjaar-2 tot en met 30 juni van het dienstjaar-1.
Voorbeeld: om recht te hebben op de vergoeding voor tijdelijke werkloosheid die zich voordoet tijdens het dienstjaar 2022 moet je minstens 130 bezoldigde dagen kunnen bewijzen tijdens de referteperiode die loopt van 01/07/2020 tot en met 30/06/2021.
  • Wat wordt onder bezoldigde dagen verstaan?

    De gewerkte dagen
    De dagen gedekt door het gewaarborgd weekloon (eerste 7 dagen van de arbeidsongeschiktheid)
    Klein verlet
    Compensatiedagen wegens arbeidsduurvermindering
    Inhaalrustdagen voor overuren
    Betaalde feestdagen
    Syndicaal verlof
    Verder worden gelijkgesteld : De 12 eerste maanden arbeidsongeschiktheid wegens (arbeids)ongeval of ziekte en moederschapsrust
    De dagen tijdelijke werkloosheid omwille van overmacht - Covid19

Hoe weet je of je aan de anciënniteitsvoorwaarde voldoet?

Heel eenvoudig: het aantal bezoldigde dagen tijdens de referteperiode staat vermeld op Luik B van je de betalingstitel van je getrouwheidspremie die je in de loop van de maand december ontving. Het is daarom heel belangrijk om dit Luik B bij te houden.

Wat als je geen 130 bezoldigde of gelijkgestelde dagen kunt bewijzen ?

Wanneer je niet voldoet aan de anciënniteitsvoorwaarde van 130 dagen kan je toch nog in aanmerking komen voor de vergoeding wanneer je tijdens de referteperiode

  • onvoldoende hebt kunnen werken maar wel al een lange loopbaan in de sector hebt of

    Wanneer je tijdens de referteperiode onvoldoende hebt kunnen werken om welke reden dan ook, kan je toch nog in aanmerking komen voor de aanvullende vergoeding wanneer je een zeker aantal jaren anciënniteit in de sector kan voorleggen. In de tabel hieronder kan je zien hoeveel jaren dienst je moet kunnen bewijzen om het recht op de vergoeding te openen.

    Aantal bezoldigde dagen op je prestatiekaart (referteperiode) Aantal te bewijzen jaren tewerkstelling in de sector om het recht te openen
    65 tem 74 25 jaar dienst
    75 tem 84 20 jaar dienst
    85 tem 94 15 jaar dienst
    95 tem 104 10 jaar dienst
    105 tem 114 9 jaar dienst
    115 tem 124 8 jaar dienst
    125 tem 129 7 jaar dienst

    Wanneer je denkt te voldoen aan deze afwijking, kan je een attest van rechthebbende aanvragen aan de hand van dit formulier. Je kan dit formulier natuurlijk ook bekomen bij je vakorganisatie wanneer je lid bent. Zij kunnen je ook helpen bij het invullen ervan.

  • wanneer je tijdens de referteperiode voor het eerst tewerkgesteld werd in de sector:

    Wanneer je tijdens de referteperiode voor het eerst tewerkgesteld werd in de sector en daardoor bij het einde van de referteperiode niet aan 130 bezoldigde dagen komt, kan je toch nog recht hebben op de vergoeding vanaf de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin je de grens van 130 bezoldigde dagen bereikt.

    Voorbeeld: Je wordt voor het eerst tewerkgesteld in de sector op 10/06/2019. Op 30/06/2019 (einde van de referteperiode) heb je nog maar 15 bezoldigde dagen gewerkt. Normaal kom je niet in aanmerking voor de vergoeding in 2020. Maar op 10 januari 2020, dus tijdens het eerste kwartaal van 2020, bereik je wel de grens van 130 bezoldigde dagen (bvb juni 2019 : 15 dagen + 3°kwartaal 2019 : 64 dagen + 4° kwartaal 2019 : 43 dagen + januari 2020: 8 dagen = 130 dagen ). Dan heb je recht op de vergoeding vanaf 01/04/2020 (de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin je de 130 bezoldigde dagen bereikte)

    Wanneer je denkt te voldoen aan deze afwijking, kan je een attest van rechthebbende aanvragen aan de hand van dit formulier. Je kan dit formulier natuurlijk ook bekomen bij je vakorganisatie wanneer je lid bent. Zij kunnen je ook helpen bij het invullen ervan.

  • Wanneer je deeltijds tewerkgesteld bent :

    Wanneer je deeltijds tewerkgesteld bent in de onderneming, hoef je geen 130 bezoldigde dagen te bewijzen tijdens de referteperiode maar wel een aantal dagen in verhouding met je deeltijdse tewerkstelling.

    Voorbeeld: Je werkt 32 uur per week in de onderneming. Een voltijdse arbeider werkt 40 uur per week. Om het recht te openen op de vergoeding hoef je geen 130 dagen te bewijzen maar wel: 130 x 32/40 = 104 bezoldigde dagen.

    Wanneer je denkt te voldoen aan deze afwijking, kan je een attest van rechthebbende aanvragen aan de hand van dit formulier. Je kan dit formulier natuurlijk ook bekomen bij je vakorganisatie wanneer je lid bent. Zij kunnen je ook helpen bij het invullen ervan.

  • Wanneer je tijdens de referteperiode arbeidsongeschikt was omwille van ziekte, (arbeids)ongeval of wegens moederschapsrust

    Wanneer je tijdens de referteperiode minder dan 130 bezoldigde dagen hebt gepresteerd omwille van :

    een langdurige ziekte of ongeval van gemeen recht
    een arbeidsongeval
    moederschapsrust

    dan kunnen deze dagen arbeidsongeschiktheid worden gelijkgesteld met bezoldigde dagen. Opgelet alleen de eerste 12 maanden arbeidsongeschiktheid kunnen worden gelijkgesteld.

    Wanneer je denkt te voldoen aan deze afwijking, kan je een attest van rechthebbende aanvragen aan de hand van dit formulier. Je kan dit formulier natuurlijk ook bekomen bij je vakorganisatie wanneer je lid bent. Zij kunnen je ook helpen bij het invullen ervan.

Hoeveel bedraagt de aanvullende vergoeding ?

De aanvullende vergoeding bedraagt vanaf 01/01/2022 4,14 € per dag (tot 31/12/2021 : 4,00 € per dag).

Opgelet: wanneer je tijdelijk werkloos werd gesteld omwille van

economische redenen
technische redenen
overmacht

dan ontvang je bovenop deze aanvullende vergoeding nog een aanvullende vergoeding voor gelijkgestelde dagen. Deze laatste vergoeding bedraagt 2,59 € per dag (tot 31/12/2021 : 2,50 €/dag). Je ontvangt dus in dit geval 4,14 + 2.59 = 6,73 € per dag.

In de andere gevallen van tijdelijke werkloosheid, bij jeugd- en seniorenvakantie en bij de inschakelingsuitkering ontvang je enkel 4,14 € per dag (tot 31/12/2021 : 4,00 €/dag.

Op deze vergoeding wordt een bedrijfsvoorheffing van 26,75 % ingehouden.

Hoe lang kan ik deze vergoeding ontvangen ?

Je kan deze aanvullende vergoeding voor maximaal 130 dagen tijdelijke werkloosheid per kalenderjaar ontvangen.

Wat moet ik doen om die vergoeding te kunnen ontvangen ?

Wanneer je aangesloten bent bij een vakbond hoef je niets te doen. Je vakbond ontvangt via digitale weg de nodige gegevens van het Fonds om je recht op de vergoeding te openen. Zij zorgen er dan voor dat je aanvullende vergoeding tegelijkertijd met je hoofdvergoeding op je rekening wordt gestort. Zij kunnen je ook helpen bij het bekomen van een attest van rechthebbende indien dit nodig is.

Wanneer je niet bent aangesloten bij een vakbond vragen wij je om maandelijks een attest van tijdelijke werkloosheid te vragen aan de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen. Dit attest stuur je terug naar het Fonds. Het Fonds zorgt ervoor dat de aanvullende vergoeding zo snel mogelijk op je rekening wordt gestort.

De indieningstermijn voor de aanvraag bedraagt 5 jaar vanaf de opening van het recht

Downloads

Attest van rechthebbende voor nieuwe werknemers
Attest van rechthebbende voor oudere werknemers